Sint-Jakobsschelp

jacobschelp

De Sint-Jakobsschelp is een gastronomische specialiteit en is erg gewild door het melkwitte vlees dat rijk aan ijzer is. Alleen het witte vlees (de 'pil' of 'noot') en het oranje kuit (de 'kam' of 'koraal') wordt gegeten. In Nederlandse restaurants wordt vaak de Franse benaming 'Coquille St-Jacques' gebruikt. In België worden de overige Pectinidae wettelijk als 'mantelschelp' verkocht, ontschelpt mogen ze echter als sint-jakobsnoten worden verkocht, met uitzondering van de Chlamys-soorten. Het seizoen is september tot mei, met een piek van januari tot en met maart.

Ze worden even gemarineerd of gebakken (gegratineerd) om te voorkomen dat ze taai worden. De prachtige schelp vormt een mooi bakje. Z'n kleinere, bontgekleurde broertje, de pétoncle, is ook zeer de moeite waard.

Recent worden Sint-Jakobsschelpen ook uit aquacultuur aangeboden. Dit is tegenwoordig al ongeveer 0,3 % in Europa. De kweek van verwante soorten komt wereldwijd voor in zowel Europa als in Noord-Amerika maar vooral in het Verre Oosten. Sint-Jakobsschelpen worden in verschillende maten aangeboden (waarschijnlijk zijn dit verschillende soorten). Schelpen afkomstig uit koude wateren schijnen een betere smaak te hebben dan die uit warmere wateren. Een verklaring hiervoor zou kunnen zijn dat soorten uit koudere gebieden meer "vet" vlees bevatten. Ze zijn zowel in de schelp te koop als reeds schoongemaakte, dus zonder schelp.

In de baai bij de monding van de Seine bevinden zich de beroemdste banken.

 

120x60-green