Hoofdgerecht

hoofdgerecht

Een maaltijd/diner kan uit een aantal gangen bestaan die men als programma afwerkt. Het totaal heet menu. Volgens de drank- en horecawet bestaat een maaltijd uit minimaal drie warme componenten, te weten vlees, aardappelen en groente, die alle ter plaatse bereid moeten zijn.

Bij thuisbereiding kan een uitgebreide maaltijd bijvoorbeeld bestaan uit soep, daarna een hoofdmaaltijd in de vorm van een vleesgerecht of visgerecht, en daarna een nagerecht. In een luxe restaurant bestaat een gastronomisch menu soms uit zeven gangen. Vooraf kan men een aperitief nemen, een (alcoholisch) drankje met een klein (hartig) hapje.

  • Voorgerecht: soep, bouillon, hors d'oeuvre of cocktail
  • Hoofdgerecht: casserole, barbecue, groente, vleesgerechten, visgerechten, wildgerechten, kipgerechten, gevogelte, pastagerechten, rijstschotel, fondue, pannenkoek, raclette, maaltijdsalade, stamppot of een vegetarisch gerecht
  • Sorbet: een ijsdrankje tussen de gangen door om de eetlust te stimuleren
  • Bijgerecht: salade of compote
  • Nagerecht: een vaak zoet gerecht om de maaltijd af te sluiten; pap, ijs, pudding, kaas of fruit